HoornInfo.nl
zoek
 

Jan Pieterszoon Coen

gouverneur generaal Jan Pieterszoon Coen was de grondlegger van Batavia. Hij bouwde een rijk op in dienst van De V.O.C. Hij is geboren op 8 januari 1587 te Hoorn en hij is gestorven op 21 september 1629 te Batavia. J.P. Coen was een harde man en naar huidige maatstaven zou men hem zelfs als oorlogscrimineel kunnen betitelen. In de 17e eeuw waren de maatstaven anders dan nu en geweld was een normaal middel om een doel te bereiken al waren er zelfs in de 17e eeuw mensen die zijn Handelswijze afkeurden.

image
Het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen op de Roode Steen te Hoorn
Jan werd op zijn dertiende naar Rome gestuurd om het dubbel boekhouden te  leren. Dit was een voor die tijd nieuwe vorm van boekhouden met een grootboek, een kasboek en een dagboek. Naast boekhouden hield  hij zich bezig met vreemde talen.

Jan kreeg een aanstelling bij de V.O.C.(Verenigde Oostindische Compagnie) als onderkoopman en in december 1607 zette hij koers naar Indië. Ze zeilden met het schip de Hoorn, de Hoorn maakte deel uit van een vloot die onder leiding stond van Pieter Willemszoon Verhoeff. De bedoeling van de expeditie was het afdwingen van een monopolie op Foelie en nootmuskaat op de Banda eilanden. Ook waren de Hollanders uit  op een kruidnagelmonopolie op de Molukken.

Eenmaal aangekomen op de Banda eilanden werden de Hollanders niet met gejuig ontvangen door. De Hollanders bouwden zonder toestemming een fort en op een nootmuskaatmonopolie zaten de Bandanezen ook niet te wachten. Het bouwen van het fort was het begin van een escalatie.

Tijdens een overleg op het strand werden de leiders, inclusief Pieter Willemszoon Verhoeff, in een hinderlaag gelokt en vermoord. In reactie op deze slachtpartij begonnen de Hollanders met het plunderen van dorpen en het uitmoorden van Bandanezen. Dit excessieve geweld dwong de Bandanezen op de kniëen. De Bandanezen tekenden een verdrag met de Hollanders waardoor de Hollanders het alleenrecht op specerijen verworven. De grote verliezers waren de Engelsen. Na afloop van de gebeurtenissen schrijft Jan Pieterszoon Coen een gepeperd rapport dat hij deponeert bij De V.O.C. leiding (De Heren XVII).

Jan Pieterszoon Coen’s plannen hadden drie peilers. Het bevordereren van migratie. De migranten konden worden ingezet als arbeiders en soldaten. De compagnie had een thuisbasis nodig van waaruit de handel kon worden gecontroleerd en bewaakt. De concurrentie was moordend. Tenslotte moest er een monopolie bewerkstelligd worden om de winsten te maximaliseren.

Nog geen jaar later in 1612 zal J.P. Coen zijn tweede reis naar Indië maken. Hij is inmiddels gepromoveerd tot opperkoopman en hij voert het bevel over twee schepen. Het ging J.P. Coen voor de wind maar in Indië was de situatie minder rooskleurig. In Bantam trof Coen een chaos aan. Hollanders waren vermoord   pakhuizen waren verwoest en de administratie was een puinhoop. Jan moest orde op zaken stellen en reisde naar  Jacatra(Jakarta). Hij zette het hoofd van de vestiging, Abraham Theunemans, op hardhandige wijze af. Pieter Both kwam in augustus 1913 naar de kolonie om een onderzoek in te stellen naar de wantoestanden. Jan Pieterszoon Coen reorganiseerde de handelspost en werd in oktober 1613 benoemd tot president van Bantam en Jacatra, ook werd hij benoemd tot boekhouder generaal.

Onder leding van Both zeilde Jan Pieterszoon Coen naar de Molukken, ze bezochten Ambon, Batjan en Ternate. Ze voerden een aanval uit op Tidore  maar de verovering van het hele eiland mislukte. Coen stelde voor een aanval te doen op Manilla maar Both zag dit niet zitten.

In November 1614 ontving Jan het bericht dat hij was benoemd tot directeur generaal in Indië. Dit was de één na hoogste rang, de hoogste rang was gouverneur generaal. Coen ging verder met het versterken van de positive van de  V.O.C. In oktober 1617 werd Jan Pieterszoon Coen door de heren XVII in Middelburg benoemd tot gouverneur generaal.



Om de Engelsen te dwarsbomen bouwde J.P. Coen een fort in Jacatra. De Engelsen voelden zich onder druk gezet en besloten ook een fort te bouwen. Coen opende de aanval op de Engelsen en brandde het Engelse fort plat. Een paar dagen later verschenen de Engelsen met 11 schepen voor de kust. Coen besloot om een aantal manschappen in het fort achter te laten zodat hij versterking kon halen op de Molukken. Toen Jan terugkeerde bleek dat het fort nog in Nederlandse handen was. Jan versloeg de Engelsen en verwoestte Jacatra. Jacatra werd herbouwd naar Hollands model compleet met grachten en hollandse bakstenen huizen. Ook werd er een enorm fort neergezet. Coen wilde de stad graag nieuw Hoorn noemen maar de heren XVII besloten dat de nieuwe stad Batavia zou gaan heten. Onder leiding van Coen groeide Batavia uit tot een machtig handelscentrum.

Jan kon zich nu richten op het het verwerven van een monopoliepositie. Hij zette koers naar de Molukken en begon met het veroveren van de eilanden. Op de Molukken ging dit vrij soepel maar de Banda eilanden waren niet van plan om mee te werken. Coen besloot om met veel geweld de eilanden in te nemen. Hij ging voor anker voor het eiland Lonthor. Hij had een leger samengesteld uit compagnieleden aangevuld met samoerai huurlingen. Veertig sloepen zetten koers naar het strand en begonnen aan een enorme slachtpartij. Vrouwen, kinderen, mannen, niemand werd gespaard. Overlevende Bandanezen werden in de scheepsruimen geladen om te worden verkocht als slaven. Om een voorbeeld te stellen werden de 40 dorpsoudsten door de samoerai onthoofd, hun hoofden werden op bamboespiezen gestoken. De slachtpartij had een enorme impact op het eiland. Lonthor was bijna uitgestorven op enkele honderden Bandanezen na. De heren XVII hoorden pas maanden later wat er was voorgevallen en ze waren het niet eens met de werkwijze van Coen. Ook de Nederlandse bevolking was niet onverdeeld enthousiast over de slachtpartijen.

Het eiland werd opgedeeld in stukken en aan kolonisten gegeven. De nootmuskaatteelt moest doorgaan maar er waren amper nog Bandanezen over om de teelt ter hand te nemen Het eiland werd in stukken opgedeeld en kolonisten namen de nootmuskaatteelt over.

Coen had in 1620 verzocht om naar Nederland terug te keren. In januari 1623 zette J.P. Coen voet aan Amsterdamse wal. Hij werd als held binnengehaald.

In Nederland trouwde hij met de 19-jarige Eva Ment. Behalve success in de liefde behaalde hij ook financieel success. Hij bedong een belonging van de heren XVII voor de geleverde diensten. Ondanks deze belonging verslechterde de relatie met De V.O.C. De heren XVII waren het niet eens met zijn harde beleid. Dit was hypocriet want de ze genoten van alle rijkdom die het beleid van Coen opleverde. Ondanks de “bezwaren” tegen het beleid van Coen vroegen de heren XVII Jan om weer gouverneur generaal te worden. In 1627 vertrok hij naar Indië.

Zoals Jan gewend was trof hij een chaos aan in Indië. Drank, vernielzucht en lust vierden hoogtij. Coens leiding was hard nodig om de situatie weer te normaliseren. Sultan Agoeng van Mataram beraamde plannen om Batavia te belegeren. Coen kwam hier net op tijd achter en bracht de stad in staat van verdediging. De aanval werd vrij makkelijk afgeslagen dankzij de superieure wapens van de Nederlanders. Enkele maanden na het geweld meldde zich een gezant van de sultan aan de poorten van Batavia. De gezant kwam met een vredesvoorstel. Coen wist dat de bedoelingen van de gezant niet nobel waren want de gezant had enorme voorraden voedsel opgekocht. De gezant werd meegenomen naar de martelkamer en J.P. Coen kwam erachter dat de voedselvoorraden waren bestemd om een leger te voeden. Coen zond een aantal mannen om de voedselvoorraden te vergiftigen.

Het leger dat de sultan had verzameld was enorm, 100.000 man waarvan enkele met musketten, er waren olifanten en zelfs twee kanonnen. Dankzij het vergiftigen van de voedselvoorraden kreeg het aanvalsleger te maken met hongersnood. Ondertussen was in Batavia de Rode loop uitgebroken. De ziekte maakte honderden slachtoffers en ook Jan moest eraan geloven. Het was inmiddels september 1629 en Jan’s vrouw was net bevallen van een meisje. Aanvankelijk leek het mee te vallen maar in de nacht van 20 op 21 december stierf hij op 42 jarige leeftijd. Een dag na Coens dood kwam Jaques Specx aan met een grote vloot. Hij maakte het karwei af en versloeg de sultan. Het fundament dat Coen had gelegd voor het koloniale rijk wist zich nog 300 jaar staande te houden.
 
Recente artikelen